Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het op 29 november 2016 in de hierna te noemen zaak ingekomen wrakingsverzoek;
- de brief van 15 december 2016 van de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder in de hierna te noemen procedures;
- de van prof. mr. Van Vijfeijken, rechter-plaatsvervanger bij deze rechtbank, op 22 december 2016 ingekomen schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek;
- de op 4 januari 2017 ingekomen aanvulling op het wrakingsverzoek;
- het eveneens op 4 januari 2017 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek, gericht tegen de wrakingskamer;
- de daarop op 9 januari 2017 gegeven beslissing van de wrakingskamer (in een andere samenstelling), waarbij dit wrakingsverzoek als kennelijk ongegrond is afgewezen;
- de van mr. Pauwels, rechter in deze rechtbank, ingekomen schriftelijke reactie van 5 januari 2017 op het wrakingsverzoek;
- de processtukken, zoals opgenomen in het zaakdossier van de hierna te noemen procedures, waarin verzoeker heeft gewraakt, en
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 16 januari 2017, waarbij zijn verschenen mr. Van Schaik en mr. Pauwels, voornoemd, rechters in deze rechtbank. Ofschoon daartoe op behoorlijke wijze in de gelegenheid te zijn gesteld, is verzoeker niet verschenen.
2.Het verzoek
3.De gronden van het wrakingsverzoek
4.Het standpunt van de rechters
5.De beoordeling en de gronden daarvoor
6.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaken met procedurenummers AWB 14/5062 tot en met AWB 14/5067 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.