Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het op 11 november 2016 in de hierna te noemen zaak ingekomen wrakingsverzoek;
- de op 6 december 2016 ingekomen brief van de inspecteur van de Belastingdienst/ kantoor Eindhoven, verweerder in de hierna te noemen procedure;
- de op 4 januari 2017 ingekomen aanvulling op het wrakingsverzoek;
- het eveneens op 4 januari 2017 ingekomen wrakingsverzoek, gericht tegen de wrakingskamer;
- de daarop op 9 januari 2017 gegeven beslissing van de wrakingskamer (in een andere samenstelling), waarbij dit wrakingsverzoek als kennelijk ongegrond is afgewezen;
- de processtukken, zoals opgenomen in het zaakdossier van de hierna te noemen procedure, waarin verzoeker heeft gewraakt, en
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 16 januari 2017, waarbij is verschenen mr. Stassen, rechter in deze rechtbank. Ofschoon daartoe op behoorlijke wijze opgeroepen, is verzoeker niet verschenen.
2.Het verzoek
3.De gronden van het wrakingsverzoek
4.Het standpunt van de voorzieningenrechter
5.De beoordeling en de gronden daarvoor
6.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer AWB 16/7432 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.