ECLI:NL:RBZWB:2017:394
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot herstel dekvloer bedrijfsruimte afgewezen wegens contractuele bepalingen
De huurder van een bedrijfsruimte in Terneuzen vorderde dat de verhuurder de gebrekkige dekvloer zou herstellen. De huurovereenkomst bevatte bepalingen dat het gehuurde als casco werd verhuurd en dat aanwezige voorzieningen, waaronder de dekvloer, door de huurder om niet in eigendom werden genomen, met onderhouds- en herstelverplichtingen voor rekening van de huurder.
De huurder stelde dat de verhuurder tekortschiet in haar onderhoudsverplichtingen en dat de bepalingen strijdig zijn met dwingend recht. De verhuurder verweerde zich door te wijzen op de contractuele bepalingen die het onderhoud van de dekvloer voor rekening van de huurder laten komen.
De kantonrechter oordeelde dat de dekvloer niet tot het casco-gehuurde behoort en dat de contractuele afspraken rechtsgeldig zijn, mede omdat het hier bedrijfsruimte betreft en afwijking van dwingend recht is toegestaan. De vordering tot herstel werd daarom afgewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot herstel van de dekvloer wordt afgewezen omdat onderhoud en herstel voor rekening van de huurder komen.