ECLI:NL:RBZWB:2017:4206

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juni 2017
Publicatiedatum
17 juli 2017
Zaaknummer
C/02/323548 FARK 16-6751
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag na verhuizing van vader naar buitenland

De ouders hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2013. Na hun beëindigde relatie hebben zij een ouderschapsplan opgesteld waarin gezamenlijk gezag werd gehandhaafd, met het hoofdverblijf van het kind bij de moeder. De vader, met Italiaanse nationaliteit, is verhuisd van Italië naar een ander EU-land, waardoor hij minder vaak in Nederland verblijft en minder betrokken kan zijn bij de zorg en opvoeding.

De ouders verzochten de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te wijzen. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd, maar dat dit onvoldoende is om af te wijken van het wettelijke uitgangspunt van gezamenlijk gezag. Er is geen onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders.

De rechtbank benadrukt het belang van modern communicatiemiddelen die samenwerking mogelijk maken en acht het nieuwe gezinsleven van de moeder geen reden om het gezag te wijzigen. De rechtbank wijst het verzoek af en compenseert de proceskosten zodat ieder zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag voor de moeder wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Enkelvoudige Kamer
Zaaknummer: C/02/323548 FA RK 16-6751
beschikking betreffende het gezag,
in de zaak van

1.[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
en

2.[voornaam 2] [geslachtsnaam]

wonende te [woonplaats 2] , [EU-land 2] ,
hierna te noemen de man,
hierna ook te noemen verzoekers,
advocaat mr. W.G.M. Brink.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 22 november 2017 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de brief van mr. W.G.M. Brink van 6 maart 2017;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 mei 2017.
Ter terechtzitting is tevens aanwezig geweest een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, gevestigd Meerten Verhoffstraat 18,
4811 AS Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

2.Het verzoek

De man en de vrouw verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat hun gezamenlijk gezag over de minderjarige [voornaam 1] [geslachtsnaam] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013, wordt omgezet in een eenhoofdig gezag over [voornaam 1] van de vrouw, en zij verder het eenhoofdig gezag over de minderjarige zal hebben, met compensatie van de proceskosten.

3.De beoordeling

3.1
Tussen verzoekers staat, op grond van de stellingen en overgelegde stukken, het hierna vermelde vast.
- Verzoekers hebben tot in 2014 met elkaar samengeleefd. Uit hun relatie is geboren de minderjarige [voornaam 1] [geslachtsnaam] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013.
- De man heeft de minderjarige erkend.
- De man en de vrouw hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige.
- Ingevolge het tussen verzoekers op 13 mei 2014 gesloten ouderschapsplan achten zij het beiden in het belang van [voornaam 1] dat zij na beëindiging van de samenwoning gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam 1] zullen blijven uitoefenen zoals de wet dit ook als uitgangspunt kent. Tevens hebben verzoekers met elkaar afgesproken dat [voornaam 1] zijn hoofdverblijf zal hebben bij de vrouw en dat er geen vaste omgangsafspraken worden gemaakt.
De omgang zal zoveel mogelijk in goed onderling overleg tussen verzoekers in alle flexibiliteit worden vormgegeven.
Wat de informatieoverdracht over [voornaam 1] betreft zullen verzoekers elkaar informeren door middel van e-mail, telefoon, WhatsApp en in het bijzonder door direct contact tussen verzoekers.
Ook hebben verzoekers afspraken gemaakt omtrent een door de man aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [voornaam 1] te betalen bedrag aan kinderalimentatie.
- De vrouw en [voornaam 1] hebben de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Italiaanse nationaliteit.
3.2
De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op dezelfde grond is op het verzoek aangaande het gezag Nederlands recht van toepassing.
3.3
De verzoekers hebben ter terechtzitting het verzoek nader toegelicht en de vertegenwoordiger van de Raad heeft een advies uitgebracht. Op de toelichting van verzoekers en het advies van de Raad wordt, voor zover voor de beoordeling van het verzoek van belang, op onderstaande wijze ingegaan.
3.4
Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt.
3.5
Uit de inhoud van de stukken en de behandeling ter terechtzitting is gebleken dat de omstandigheden met betrekking tot de minderjarige inmiddels zijn gewijzigd. Zo is de man sinds het opmaken van genoemd ouderschapsplan verhuisd van Italië naar [EU-land 1] .
Toen de man in Italië woonde, verbleef hij voor zijn werk veelvuldig in Nederland en kon hij volgens verzoekers aan de invulling van de zorg- en contactregeling met [voornaam 1] en het gezamenlijk gezag nog goed invulling geven. Sinds de man op [EU-land 1] woont is dat beduidend minder het geval, omdat de man nu nog amper in Nederland verblijft. De rechtbank is van oordeel dat dit een zodanig relevante wijziging van omstandigheden is, dat verzoekers in hun verzoek tot wijziging van het gezag kunnen worden ontvangen.
3.6
Uitgangspunt van de wetgever is dat het gezamenlijk ouderlijk gezag na het uiteengaan van de ouders gewoon doorloopt. Ingevolge artikel 1:253n lid 2 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op grond van laatstgenoemde bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders het kind klem of verloren zou raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
3.7
De Raad heeft zich ten aanzien van de te nemen beslissing gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Gebleken is dat de verstandhouding tussen verzoekers erg goed is. Echter, vanwege de verhuizing van de man van Italië, waarbij hij nog veelvuldig in Nederland verbleef, naar [EU-land 1] achten verzoekers het niet meer praktisch dat zij beiden het ouderlijk gezag over [voornaam 1] zullen uitoefenen. De rechtbank acht het uitganspunt van de wetgever leidend. Op geen enkele wijze is er te voorzien dat [voornaam 1] klem of verloren zal geraken tussen deze twee ouders bij voortzetting van het gezamenlijk gezag. Ook ziet de rechtbank geen ander argument waardoor het in het belang van [voornaam 1] noodzakelijk zou zijn om het gezamenlijk gezag te beëindigen. In de huidige tijd van moderne communicatiemiddelen zoals telefoon en e-mailverkeer en WhatsApp en Skype kunnen ouders elkaar bereiken, met elkaar overleggen en gezamenlijk beslissingen blijven nemen over hun zoon. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hetgeen door partijen naar voren is gebracht onvoldoende grond vormt om af te wijken van genoemd wettelijke uitgangspunt van gezamenlijk gezag. Ook het argument van verzoekers dat de vrouw inmiddels een nieuwe partner heeft en uit deze relatie ook weer een kind is geboren en de man niet wil dat het nieuwe gezinsleven van de vrouw op enigerlei wijze belemmerd wordt door de omstandigheid dat hij mede het ouderlijk gezag heeft over [voornaam 1] acht de rechtbank onvoldoende grond om van het wettelijke uitgangspunt af te wijken. Gezien het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen.
3.8
Nu verzoekers een affectieve relatie met elkaar hebben gehad en de beslissing betrekking heeft op hun beider kind, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af;
compenseert de kosten van het geding aldus dat ieder der verzoekers de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
in tegenwoordigheid van Van Dongen, griffier.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te
's-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.