ECLI:NL:RBZWB:2017:434
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Rechter-Commissaris niet bevoegd te beslissen op bezwaarschrift ex artikel 30 WSv na aanbrengen zaak ter terechtzitting
In deze strafzaak heeft de officier van justitie aan verdachte medegedeeld dat bepaalde processtukken niet volledig ter inzage zijn gegeven en dat kennisneming van deze stukken wordt onthouden. De raadsman van verdachte heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend bij de rechter-commissaris. De officier van justitie heeft schriftelijk gereageerd op dit bezwaarschrift.
De rechter-commissaris stelt vast dat het verzoek om inzage in processtukken ex artikel 30 Wetboek Pro van Strafvordering alleen kan worden gedaan in de fase van het voorbereidend onderzoek. In deze zaak is de fase van het voorbereidend onderzoek echter afgesloten omdat de zaak reeds ter terechtzitting is gebracht op 14 juli 2016.
Daarom is de rechter-commissaris van oordeel dat hij niet bevoegd is om te beslissen op het bezwaarschrift dat betrekking heeft op een beslissing van de rechtbank genomen tijdens de zitting van 3 oktober 2016. Het verzoek wordt daarom doorverwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank, die wel bevoegd is in deze fase van de procedure.
De beslissing is genomen op 17 januari 2017 door rechter-commissaris I.M.A. Hinfelaar.
Uitkomst: De rechter-commissaris is niet bevoegd en verwijst het bezwaarschrift door naar de meervoudige kamer van de rechtbank.