Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
gedetineerdin de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie Torentijd,
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Verbalisant relateert daarover dat aangever hem verklaarde dat hij aan verdachte berichten verstuurde via de app Messenger en het contact ‘ [naam contact] ’ en dat alle data betrekking hebben op het jaar 2016. [verbalisant 1] herkent in die spraakberichten de stem van aangever en van de man die ook via Whatsapp spraakberichten verstuurde met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Hij noemt die man ‘ [verdachte] ’.
Ter adstructie van deze stelling heeft hij gewezen op 26 inconsistenties in de verklaringen van aangever. Hij stelt dat er tussen aangever en verdachte gedurende anderhalf jaar een familiaire band is opgebouwd, waarbij aangever aanvankelijk ordinair seks inkocht en later, in blind vertrouwen, een aantal geldbedragen aan verdachte leende. Omdat verdachte de aan hem geleende geldbedragen niet terug kon betalen zolang hij zijn door justitie inbeslaggenomen geld nog niet had terug ontvangen, heeft aangever kennelijk achteraf spijt gekregen van zijn handelingen en heeft hij besloten om bij de politie aangifte tegen verdachte te doen om op die manier te proberen zijn geld terug te krijgen. Dit blijkt ook uit de verklaring die aangever heeft afgelegd bij de rechter-commissaris. Daar heeft aangever verklaard dat hij géén aangifte zou hebben gedaan als de raadkamer van de rechtbank teruggave van het inbeslaggenomen geld aan verdachte had gelast.
Het verweer wordt verworpen.
Voor wat betreft de eisen die aan een veroordeling wegens oplichting worden gesteld, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor ter inleiding op het verweer oplichting feit 1 heeft overwogen. Gelet daarop, overweegt de rechtbank over het bewijs van het onder 3 tenlastegelegde feit als volgt.
- volgens verdachte en de raadsman: het scenario dat verdachte geld van aangever tegoed had wegens een door hem aan aangever verstrekte lening, en
tweeduizendvijfhonderd euro”.
2.650,0050.400,00 p.593 en 693
of omstreeksde periode van 1 augustus 2016 tot en met 15 september
/ofelders in Nederland, met het oogmerk om
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met
smaadschriften
/ofopenbaring van een geheim, [benadeelde partij 1] heeft
geheel of ten deletoebehorende
in elk geval een ander of anderen dan aan verdachte,en
/of
of meerlening
en, en/of tot het
(meerdere malen
)geld
(telkens
)tegen die [benadeelde partij 1] gezegd dat indien die [benadeelde partij 1] , hem,
en/of het dan heel lang zou gaan duren voordat die [benadeelde partij 1] het
veelvuldigheeft benaderd
/ofpubliekelijk te vertellen dat hij, [benadeelde partij 1] , Aids
of omstreeksde periode van 17 mei 2014 tot en met 22 juni 2014 te Sas
althans in Nederland,door
geweld of (een
)
(i)d
(en
) en/of bedreiging met geweld of (een) andere
(telkens
)wederrechtelijk heeft
althans
dat geweld ofdie
anderefeitelijkhe
(i)d
(en
) en/of die bedreiging
)een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, door hem in
,en
/ofhem
, althans een document,had ondertekend, en
/of
in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en metop10 maart 2015
in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een
of meer
(en), althans alleen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft
(e
)voorwerp
(en
), de werkelijke aard en
/ofherkomst heeft
/ofverhuld,
dan wel verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende
/of
(e
)voorwerp
(en
) verworven en/ofvoorhanden heeft gehad
en/of
een of meergeldbedrag
(en
)van
(in totaal
)EURO 220.750,00
/ofzijn mededader
(s) (telkens)wist
(en
), althans redelijkerwijs moest(en)
dat voorwerp/die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk -
was/waren uit enig misdrijf.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De benadeelde partijen
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1, 3 en 4 primair tenlastegelegde feiten;
Strafoplegging
gevangenisstrafvan
18 (achttien) maanden;
mr. Y.E.Y. Vermeulen, rechters, in tegenwoordigheid van P.L. Francke, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 augustus 2017.