Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
juist in het belang van [betrokkene](en diens broer) te werken aan een verbetering van deze communicatie.
in goed overleg met elkaardie beslissingen van niet-vermogensrechtelijke aard te nemen, die in het belang zijn van rechthebbende / [betrokkene] . Mocht dit niet mogelijk blijken dan kan de meest gerede partij zich opnieuw tot de kantonrechter wenden met het verzoek een (externe) mentor/mentrix te benoemen.”
het belang van een goede (toekomstige) algehele belangenbehartiging ten behoeve van betrokkene voorop dient te staan. De kantonrechter twijfelt er niet aan dat beide ouders -ieder voor zich- nog steeds het beste wensen c.q. voor hebben voor [betrokkene] . Beide ouders zijn er echter in de afgelopen jaren kennelijk niet in geslaagd om -in het belang van [betrokkene] - te komen tot een structureel betere onderlinge communicatie over de belangenbehartiging ten behoeve van [betrokkene] . Dit maakt dat een benoeming van de beide ouders tot gezamenlijke wettelijk vertegenwoordigers van betrokkene niet aan de orde kan zijn.
De kantonrechter legt -in afwijking van het landelijk beleid- wel de verplichting aan deze (familie)mentor op dat hij jaarlijks een schriftelijke rapportage aan de kantonrechter overlegt, waarin verslag wordt gedaan van de door hem verrichte werkzaamheden ten behoeve van betrokkene. De kantonrechter acht het verder van groot belang voor betrokkene, dat beide ouders -ieder voor zich- op zo goed mogelijke wijze invulling geven aan het co-ouderschap over betrokkene. De kantonrechter heeft dit eerder overwogen in zijn beschikking d.d. 28 maart 2006. In dat kader acht de kantonrechter het ook van belang, dat moeder na de benoeming van verzoeker tot mentor een inzagerecht krijgt in het digitale dossier van betrokkene bij de zorginstelling.