ECLI:NL:RBZWB:2017:6279
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering plaatsing VWNW-kandidaat wegens onvoldoende passende functie tijdens proefplaatsing
Eiser, werkzaam bij Rijkswaterstaat en aangewezen als verplicht Van-Werk-Naar-Werk (VWNW)-kandidaat, werd tijdens een proefplaatsing beoordeeld op de geschiktheid voor de functie van Adviseur Vergunningverlening. Ondanks verlenging van de proefperiode tot 31 december 2015, concludeerde de minister dat eiser onvoldoende inhoudelijke ontwikkeling had doorgemaakt en twijfels bestonden over houding en gedrag, waardoor de functie niet passend werd geacht.
Eiser voerde aan dat hij onvoldoende kansen en begeleiding had gekregen, dat er geen objectief beoordelingstraject was gevolgd en dat persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de beoordelingsregels voor reguliere functies niet van toepassing waren op deze proefplaatsing en dat het doel was om te beoordelen of eiser binnen redelijke termijn de functie kon vervullen.
De rechtbank stelde vast dat er regelmatig gesprekken en evaluaties waren geweest, waarin terugkerende knelpunten werden besproken. De geboden begeleiding en faciliteiten waren passend en eiser had onvoldoende gebruik gemaakt van de aangeboden ondersteuning. De kritiek op productiviteit en inzet was consistent en tijdig gecommuniceerd.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser en concludeerde dat het besluit zorgvuldig was genomen binnen het toepasselijke juridische kader. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet-plaatsing bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-plaatsing in de functie van Adviseur Vergunningverlening wordt ongegrond verklaard.