ECLI:NL:RBZWB:2017:6292

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 februari 2017
Publicatiedatum
5 oktober 2017
Zaaknummer
4865807 CV EXPL 16-1667
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Zorgverzekeringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter wijst vergoeding voor autologe lipofilling bij acne littekens af

In deze civiele procedure vordert eiser vergoeding van kosten voor autologe lipofilling bij de behandeling van acne littekens. De kantonrechter stelt vast dat de beoordeling van de behandeling moet plaatsvinden aan de hand van de stand van wetenschap en praktijk.

De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om het standpunt van het Zorginstituut Nederland over deze behandeling in te brengen, aangezien dit instituut een belangrijke rol speelt bij de vaststelling van de medische standaarden. Gedaagde heeft aangegeven dat het herziene standpunt van het Zorginstituut nog niet bekend is en verzocht om aanhouding van de zaak.

De kantonrechter heeft de zaak aangehouden en partijen de mogelijkheid gegeven om het standpunt van het Zorginstituut in te brengen zodra dit beschikbaar is. Uiteindelijk oordeelt de kantonrechter dat autologe lipofilling bij acne littekens geen behandeling is die voldoet aan de maatstaf van de huidige stand van wetenschap en praktijk en wijst daarom de vergoeding af.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de vergoeding voor autologe lipofilling bij acne littekens af omdat deze behandeling niet voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Kanton
Tilburg
zaak/rolnr.: 4865807 CV EXPL 16-1667
vonnis d.d. 8 februari 2017
inzake
[eiser] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
gemachtigde: mr. H.B. Azar, advocaat te Arnhem,
tegen
[gedaagde],
gevestigd te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. H. van Hassel.
Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1.Het verdere verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis van 28 september 2016, met de daarin genoemde stukken;
b. de akte van 14 december 2016 aan de zijde van [gedaagde] .

2.De verdere beoordeling

2.1
Bij voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter onder 4.5 overwogen:

De kantonrechter staat voor de beantwoording van de vraag of autologe lipofilling voldoet aan de stand der wetenschap en praktijk. De kantonrechter acht het van belang om kennis te kunnen nemen van het mogelijk (herziene) standpunt van het Zorginstituut op deze vraag. De kantonrechter stelt daarom [gedaagde] in de gelegenheid om dit standpunt en de eventueel daaraan door [gedaagde] te verbinden conclusie of gevolgen bij wijze van akte in het geding te brengen op de rol van 14 december 2016. [eiser] krijgt daarop de gelegenheid om een antwoordakte te nemen. Hierna zal de kantonrechter de zaak voor (tussen)vonnis zetten. Afhankelijk van de standpunten die partijen vervolgens innemen zal de kantonrechter beoordelen of voortzetting van de comparitie wenselijk is.”
2.2
Bij akte heeft [gedaagde] , kort weergegeven, aangevoerd dat het (herziene) standpunt van het Zorginstituut –ten aanzien van autologe lipofilling nog niet bekend is. Aangezien dit standpunt niet eerder dan in de loop van 2017 verwacht wordt, heeft [gedaagde] de kantonrechter in overweging gegeven om de zaak tot die tijd aan te houden.
2.3
Zoals eerder overwogen acht de kantonrechter het van belang om kennis te kunnen nemen van het (mogelijk herziene) standpunt van het Zorginstituut ten aanzien van de vraag of autologe lipofilling voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Gelet op het vorenstaande stelt de kantonrechter [gedaagde] daarom nogmaals in de gelegenheid om dit standpunt en de eventueel daaraan door [gedaagde] te verbinden conclusie of gevolgen bij wijze van akte in het geding te brengen op de rol van 7 juni 2017. [eiser] krijgt daarop de gelegenheid om een antwoordakte te nemen. Hierna zal de kantonrechter de zaak voor (tussen) vonnis zetten. Afhankelijk van de standpunten die partijen vervolgens innemen zal de kantonrechter beoordelen of voortzetting van de comparitie wenselijk is. In het geval dat het (herziene) standpunt van het Zorginstituut eerder bekend mocht zijn, wordt [gedaagde] verzocht om haar akte op een eerdere roldatum aan te brengen.
2.4
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 5 juli 2017 om 9.00 uurteneinde [gedaagde] in de gelegenheid te stellen om bij akte het standpunt van het Zorginstituut Nederland in het geding te brengen zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.5. van het tussenvonnis van
28 september 2016. [gedaagde] kan zich daarbij tevens uitlaten over de gevolgen van het advies voor haar verweer. Hierna zal [eiser] in de gelegenheid worden gesteld om een antwoordakte te nemen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Rouwen, en in het openbaar uitgesproken op
8 februari 2017.