Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 6 oktober 2017 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres,
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.Daarnaast stelt eiseres dat zij haar werknemers voldoende adequate instructies heeft gegeven en voldoende toezicht heeft gehouden op het voorkomen van gevaar voor de veiligheid en gezondheid van werknemers en meer specifiek op de risico’s van stuiptrekkende runderen. Tot slot verzoekt eiseres om een proceskostenvergoeding.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit, voor zover daarbij een boete is opgelegd van € 19.200,- wegens overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet in samenhang gelezen met artikel 3.2, eerste lid, van het Arbobesluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.485,-.