Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om 110 lindebomen niet aan te wijzen als waardevolle houtopstand op de Bomenkaart. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening omdat de kap van de bomen zou aanvangen op 16 oktober 2017.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek niet bijdraagt aan de hoofdzaak en besloot gelijktijdig uitspraak te doen op het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom de bomen niet als waardevol werden aangemerkt, terwijl verzoekster onderbouwde dat de bomen cultuurhistorische, ecologische en stedenbouwkundige waarde hebben.
De voorzieningenrechter gaf het college een termijn van vier weken om het motiveringsgebrek te herstellen en stelde de 110 bomen voorlopig aan als waardevolle houtopstand, waardoor het kapverbod van kracht bleef. De verdere beslissing werd aangehouden tot de einduitspraak. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.P. Broeders op 16 oktober 2017.