Uitspraak
2.De verzoeken
3.De beoordeling
150 ,=
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot wijziging van de onderhoudsbijdrage voor een minderjarige die spoedig jongmeerderjarig wordt. De vrouw verzocht een verhoging van de bijdrage vanaf 8 december 2016, terwijl de man een verlaging naar €50,22 per maand voorstelde. De rechtbank stelde vast dat de behoefte van het kind op €174 per maand ligt, gebaseerd op indexering van de behoefte in 2003, en dat de behoefte na jongmeerderjarigheid nog onvoldoende onderbouwd was.
De draagkracht van partijen werd berekend rekening houdend met het inkomen van de vrouw vanaf mei 2017 en het inkomen van de man, waarbij geen rekening werd gehouden met vermeende zwarte inkomsten vanwege onvoldoende bewijs. De bijdrage van de man werd vastgesteld op €54 per maand tot mei 2017 en €50,22 per maand daarna. De rechtbank oordeelde dat de vrouw teveel ontvangen bedragen vanaf mei 2017 moet terugbetalen, maar niet voor de periode daarvoor vanwege haar toenmalige uitkering.
Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is binnen drie maanden mogelijk.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage wordt gewijzigd naar €54 per maand tot 1 mei 2017 en €50,22 per maand daarna, met een terugbetalingsverplichting voor de vrouw vanaf haar inkomen uit loondienst.