ECLI:NL:RBZWB:2017:7262
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens niet tijdige aanzegging arbeidsovereenkomst na payrolling
De werknemer was op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam bij de werkgever, laatstelijk als administratief medewerkster. De arbeidsovereenkomst werd verlengd voor de duur van een jaar en liep af op 3 juni 2017. De werkgever bracht tijdens een functioneringsgesprek op 2 mei 2017 het voornemen over om het personeel over te dragen aan een payrollbedrijf, waarbij de werknemer aanvankelijk instemde.
Pas op 8 mei 2017 kreeg de werknemer nadere informatie van het payrollbedrijf en trok zij haar instemming in. De werkgever stuurde op 11 mei 2017 een aangetekende brief waarin duidelijk werd gemaakt dat het arbeidscontract per 3 juni 2017 zou eindigen. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet tijdig had voldaan aan de aanzegplicht zoals bedoeld in artikel 7:668 lid 1 BW Pro, omdat de werknemer tijdens het functioneringsgesprek onvoldoende duidelijkheid had over de gevolgen.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een vergoeding van €527,92 bruto aan de werknemer wegens het niet tijdig nakomen van de aanzegplicht. De vordering voor niet genoten vakantie-uren werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever moet werknemer €527,92 bruto betalen wegens niet tijdige aanzegging arbeidscontract na overgang naar payrolling.