ECLI:NL:RBZWB:2017:7883
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Van der Burgh
- Schotanus
- Rechtspraak.nl
Verlenging TBS en voorwaardelijke beëindiging verpleging met voorwaarden
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 november 2017 besloten de TBS-termijn van verdachte, veroordeeld wegens poging tot moord, met één jaar te verlengen. Tevens is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder diverse voorwaarden die gericht zijn op het beheersen van het recidiverisico en het ondersteunen van de resocialisatie.
De TBS-instelling en reclassering stelden vast dat verdachte lijdt aan borderline persoonlijkheidsstoornis en ADHD, met een laag tot matig recidivegevaar bij het wegvallen van het TBS-kader. De situatie van verdachte is stabiel, maar de nieuwe woonsituatie met haar partner vereist nog aanpassing en monitoring. De deskundigen adviseerden daarom de TBS te verlengen en de verpleging voorwaardelijk te beëindigen.
De rechtbank oordeelde dat het recidivegevaar aanwezig blijft en dat de verlenging noodzakelijk is voor de veiligheid van anderen. De voorwaarden voor de voorwaardelijke beëindiging, waaronder het accepteren van een vrijwillige time-outplaatsing, worden niet als schending van artikel 5 EVRM Pro beschouwd. De rechtbank benadrukte dat een gedwongen opname altijd onder rechterlijke toetsing valt.
De voorwaarden omvatten onder meer regelmatige meldingen bij de reclassering, behandeling bij een forensische polikliniek, geen middelengebruik, dagbesteding, financiële stabiliteit, openheid over de behandeling en relatie, en het niet zonder toestemming verlaten van Nederland. De reclassering is belast met het toezicht en ondersteuning bij naleving van deze voorwaarden.
Uitkomst: De TBS-termijn wordt met één jaar verlengd en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder strikte voorwaarden.