Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de korpschef over zijn inschaling na bevordering tot Operationeel Expert GGP, waarbij hij meent dat zijn waarnemingstoelage onjuist is berekend en hij daarom in een hogere trede had moeten worden ingeschaald.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het besluit van de korpschef, maar acht dit niet schadelijk voor eiser omdat uit nadere stukken blijkt hoe de inschaling is bepaald. Volgens het Besluit bezoldiging politie (Bbp) wordt bij bevordering het salaris vastgesteld op het bedrag in de hogere schaal dat onmiddellijk boven het oude salaris ligt, waarbij de waarnemingstoelage niet tot het salaris wordt gerekend.
De rechtbank concludeert dat de inschaling in schaal 9, trede 12 correct is en dat het beroep ongegrond is. Wel wordt de korpschef veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.