Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende ontplooide sinds 2011 diverse activiteiten, waaronder adviesdiensten op het gebied van antiek en kunst, kunstschilderen en de verkoop van antieke voorwerpen. Ondanks zijn inzet en enkele verkopen in latere jaren, bleven de activiteiten verlieslijdend en was er geen aannemelijk bewijs dat hij redelijkerwijs voordeel kon verwachten. De rechtbank stelt dat een bron van inkomen vereist dat de activiteiten deel uitmaken van het economische verkeer, dat het oogmerk is voordeel te behalen en dat dit voordeel redelijkerwijs te verwachten is.
De rechtbank gelooft dat belanghebbende de activiteiten daadwerkelijk ontplooide, maar concludeert dat de negatieve resultaten en de slechte marktsituatie in de kunst- en antiekhandel het redelijkerwijs te verwachten voordeel uitsluiten. De stelling van belanghebbende dat sprake is van staking van zijn onderneming wordt verworpen omdat er nooit sprake was van een bron van inkomen.
De rechtbank verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2011 tot en met 2013 ongegrond. De inspecteur heeft de aanslagen terecht en tot de juiste bedragen opgelegd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond omdat belanghebbende geen bron van inkomen heeft aangetoond.