ECLI:NL:RBZWB:2017:8541

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2017
Publicatiedatum
28 december 2017
Zaaknummer
C/02/338141 / KG RK 17-1033
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Combee
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 525 lid 3 RvArt. 544 RvArt. 3:89 BWArt. 289 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring onderhandse verkoop woonhuis met afwijzing verklaring voor recht ontruiming

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 december 2017 het verzoek tot goedkeuring van een onderhandse verkoop van een woonhuis met aanhorigheden toegewezen. De verkoopprijs lag ruim boven de getaxeerde markt- en executiewaarde, en er waren geen bezwaren van belanghebbenden ontvangen.

Het verzoek tot een verklaring voor recht dat de hypotheekgever en zijnen op grond van de beschikking tot ontruiming kunnen worden genoodzaakt, werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat artikel 525 lid 3 Rv Pro weliswaar een ontruimingstitel kan geven bij een onderhandse executoriale verkoop, maar dat de verzoekster zelf geen belang had bij deze verklaring omdat zij de ontruiming aan de koper wilde overlaten.

Er werden geen proceskosten aan de wederpartij opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de onderhandse verkoop is goedgekeurd conform de ingediende koopovereenkomst.

Uitkomst: De rechtbank keurt de onderhandse verkoop goed en wijst het verzoek tot verklaring voor recht tot ontruiming af wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rekestnummer: C/02/338141 / KG RK 17-1033
Beschikking van de voorzieningenrechter van 15 december 2017
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DE VOLKSBANK NV h.o.d.n. SNS,
gevestigd te Utrecht,
verzoekster,
advocaat mr. C.C.M. Ewalds,
tegen

1.[verweerder] ,

wonende te [woonplaats A] ,
2.
[verweerster],
wonende te [woonplaats B] ,
verweerders,
niet verschenen,
en
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats C] ,
belanghebbende / aspirant-koper,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op 17 november 2017 is ter griffie ingekomen het verzoekschrift tot goedkeuring onderhandse verkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW Pro met betrekking tot het registergoed, t.w.: het woonhuis met berging, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [registergoed] , thans kadastraal bekend als gemeente [registergoed] , groot 85 centiaren (hierna: het onderpand).
1.2.
Aan de in artikel 544 Rv Pro bedoelde belanghebbenden is bij brief van 23 november 2017 medegedeeld dat voormeld verzoek is gedaan en dat zij, indien zij bezwaar hebben tegen goedkeuring van de in het verzoekschrift omschreven koopovereenkomst, dit binnen 14 dagen na dagtekening van de voornoemde brief schriftelijk dienen mede te delen en daarbij dienen te vermelden of zij het bezwaar mondeling willen toelichten. Voorts is aan verweerders medegedeeld dat op het verzoek zal worden beslist indien een reactie uitblijft.
1.3.
Van verweerders en belanghebbende is geen reactie ontvangen, hoewel uit de gegevens van PostNL blijkt dat voornoemde brief is bezorgd. Thans zal dan ook op het verzoek worden beslist.

2.Het verzoek

2.1.
Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
I. de door verzoekster aan de voorzieningenrechter voorgelegde koopovereenkomst goed te keuren en te bepalen dat de verkoop van het onderpand onderhands zal geschieden bij deze koopovereenkomst;
II. primair voor recht te verklaren althans te overwegen dat de hypotheekgever en de zijnen op grond van de in de te wijzen beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv Pro;
III. subsidiair de hypotheekgever te veroordelen het onderpand te ontruimen en met al de zijnen en het zijne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster, althans de koper, op het moment van inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW Pro, alsmede te bepalen dat de rechten uit de in de te wijzen beschikking op dit punt overgaan op de koper;
kosten rechtens.

3.De beoordeling

3.1.
In het taxatierapport van 16 juni 2017 is het onderpand getaxeerd op een marktwaarde van € 115.000,00. De vermoedelijke verkoopopbrengst bij een executoriale veiling bedraagt € 95.000,00. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het onvoldoende aannemelijk dat bij een reguliere openbare verkoop van het onderpand ter veiling een wezenlijk hogere opbrengst zal worden gerealiseerd dan met de thans voorgestelde onderhandse verkoop. De overeengekomen koopsom ad € 131.000,00 is immers ruim boven de getaxeerde executie- en marktwaarde gelegen.
3.2.
Nu ook de in artikel 544 Rv Pro bedoelde belanghebbenden geen bezwaar hebben gemaakt, het door de bank geaccepteerde bod het hoogste bod van drie biedingen betreft en er overigens geen omstandigheden zijn gebleken die aan toewijzing van het verzoek in de weg staan, zal het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse
koopovereenkomst worden toegewezen.
3.3.
Wat betreft de gevorderde verklaring voor recht overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De vraag, die in dit verband van belang is, is of artikel 525 lid 3 Rv Pro ook een ontruimingstitel geeft indien er sprake is van een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW Pro.
Artikel 525 lid 3 Rv Pro is opgenomen in Boek II, Titel 3, afdeling 2. Deze afdeling ziet op de executoriale verkoop van onroerende zaken.
In de onderhavige zaak is sprake van de uitoefening van het recht van parate executie door een hypotheekhouder. Een dergelijke executoriale verkoop dient in beginsel in het openbaar plaats te vinden, maar kan met goedkeuring van de voorzieningenrechter ook onderhands geschieden. Een dergelijke onderhandse verkoop betreft dus ook een executoriale verkoop.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de executieleer meebrengt dat de verplichting van de geëxecuteerde het goed ter beschikking te stellen evenzeer inherent aan de executie is als de bevoegdheid van de executant tot juridische levering. Het begrip executie impliceert automatisch het recht van de koper ontruiming af te dwingen krachtens de titel waarbij hem het goed wordt toegewezen. Bij een onderhandse verkoop is die titel de beschikking van de rechtbank waarin wordt bepaald dat de verkoop onderhands zal geschieden en waarbij goedkeuring wordt verleend aan de koopovereenkomst. In de plaats van “proces-verbaal” in artikel 525 Rv Pro mag dan ook naar het oordeel van de voorzieningenrechter naar analogie “de beschikking van de rechtbank ex artikel 3:268 lid 2 BW Pro” worden gelezen. In dit verband wordt verwezen naar de volgende literatuur: [naam A] , JBN 1994 (7-8) 86, alsmede [partijnamen] 3-VI 2010/392 en 419.
De hypotheekgever en de zijnen kunnen derhalve op grond van onderhavige beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv Pro. Gesteld noch gebleken is welk belang verzoekster zelf heeft bij de verzochte verklaring voor recht, omdat artikel 525 Rv Pro geen bevoegdheid tot ontruiming toekent aan de hypotheekhouder en verzoekster aangeeft dat zij de ontruiming van het onderpand wil overlaten aan de koper, zodat dit verzoek wordt afgewezen.
3.4.
De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 289 Rv Pro een proceskostenveroordeling uit te spreken.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
bepaalt dat de verkoop van het registergoed, t.w.: het woonhuis met berging, ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend [registergoed] , thans kadastraal bekend als gemeente [registergoed] , groot 85 centiaren, onderhands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst zoals aan deze beschikking is gehecht,
4.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Combee en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2017. [1]

Voetnoten

1.type: EB