Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover de informatiebeschikking wordt vernietigd;
- vernietigt de informatiebeschikking alsmede de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de heffing van:
" [Autobedrijf BVBA] ";
[Autohandel BV]”;
"ambulante handel";
" [Autobedrijf BVBA] ";
[Autohandel BV]”;
"ambulante handel";
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van
2.Gronden
"van omzetbelasting"ontbreken.
"de heffing van".Naar het oordeel van de rechtbank kan daaruit redelijkerwijs niet anders worden begrepen dan dat de informatiebeschikking betrekking heeft op de in het kader van die heffing
(van inkomsten- en omzetbelasting) (mogelijk) op te leggen (navorderings-, en/of naheffings)aanslagen.
" [Autobedrijf BVBA] "zou kunnen gelden. Belanghebbende heeft gesteld dat de activiteiten van
" [Autobedrijf BVBA] "met ingang van 1 juli 2011 zijn beëindigd. Uit een bij het verweerschrift overgelegd uittreksel van het
"Kruispuntbureau van ondernemingen"(een Belgische instelling vergelijkbaar met de Nederlandse Kamer van Koophandel) volgt dat de activiteiten van een onderneming van [belanghebbende] (belanghebbende) met ingang van 1 juli 2011 zijn stopgezet. Hoewel de naam
" [Autobedrijf BVBA] "in dit uittreksel niet voorkomt, heeft de rechtbank gelet op de omschrijving van de activiteiten (
"detailhandel in auto's en lichte bestelwagens") en bij gebrek aan betwisting door de inspecteur, geen reden om te twijfelen dat dit uittreksel betrekking heeft op activiteiten van
" [Autobedrijf BVBA] ".Niet gesteld is dat de betreffende activiteiten na 1 juli 2011 zijn voortgezet. De rechtbank acht dan ook aannemelijk dat de activiteiten van
" [Autobedrijf BVBA] "met ingang van 1 juli 2011 zijn beëindigd.
" [Autobedrijf BVBA] "slechts administratieplichtig zijn voor de periode tot 1 juli 2011. Dit betekent dat de informatiebeschikking voor zover deze ziet op de administratieplicht voor
" [Autobedrijf BVBA] "met betrekking tot de heffing van omzetbelasting moet worden vernietigd voor de periode van 1 juli 2011 tot en met 31 december 2015. Nu de informatiebeschikking voor de inkomstenbelasting ziet op de jaren 2013 tot en met 2015, moet de informatiebeschikking met betrekking tot
" [Autobedrijf BVBA] "voor de heffing van inkomstenbelasting eveneens worden vernietigd. Het beroep is in zoverre gegrond verklaard.
" [Autobedrijf BVBA] "in de periode 1 januari tot 1 juli 2011 kan worden aangemerkt als administratieplichtige. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval. Niet in geschil is dat belanghebbende onder de naam
“ [Autobedrijf BVBA] ”tot 1 juli 2011 in België een bedrijf heeft uitgeoefend. Derhalve is belanghebbende voor deze activiteiten administratieplichtige als bedoeld in artikel 52, tweede lid, aanhef en onderdeel b van de AWR.
"Daarnaast handel ik in autobanden, kleding, sieraden, boten, kweekartikelen, koetsjes en wat niet meer mag zijn."Uit het verslag kan niet worden opgemaakt op welke periode deze verklaring betrekking heeft. Wat wel vast staat is dat belanghebbende voor 2013 en 2014 twee kasboekbladen heeft overgelegd. In deze kasboekbladen staat per jaar een overzicht van opbrengsten en kosten met omschrijvingen zoals
"verkoop Rolexhorloge (...) Kleding verkoop (...) Verkoop Caravan Ring (...)".Gelet op belanghebbendes verklaring alsmede de informatie die in de kasboekbladen staat, is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat belanghebbende in de jaren 2013 en 2014 een bedrijf heeft uitgeoefend in de zin van artikel 52, tweede lid, van de AWR. Voor de andere jaren is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur te weinig bewijs heeft bijgebracht.
" [Autobedrijf BVBA] "administratieplichtig voor het eerste half jaar 2011. De informatiebeschikking voor deze periode heeft enkel betrekking op de heffing van omzetbelasting. In de Wet op de omzetbelasting 1968 is in artikel 34 bepaald Pro dat de ondernemer gehouden is aantekening te houden van de door hem en aan hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten, van de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, van de invoer van goederen in en de uitvoer van goederen uit de Unie, alsmede van andere gegevens die van belang zijn met betrekking tot de heffing van belasting in Nederland en in andere lidstaten. Ingevolge artikel 52, lid 3 van de AWR behoort tot de administratie hetgeen ingevolge andere belastingwetten wordt bijgehouden, aangetekend of opgemaakt. De door gemachtigde opgeworpen vraag naar de woonplaats van belanghebbende, behoeft – gezien vorenstaand wettelijk kader – in dit verband geen beantwoording. De inspecteur heeft gesteld dat uit de door belanghebbende voor het jaar 2011 overgelegde stukken niet kan worden geconcludeerd dat belanghebbende heeft voldaan aan de administratieplicht. Deze stukken bestaan uit een jaaroverzicht van Belgische aangiften omzetbelasting voor 2011 en een uittreksel van het KBO (zie 2.6.2). De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende hiermee niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan. Dat de inspecteur ter zitting geloofwaardig en door gemachtigde van belanghebbende niet bestreden, heeft verklaard dat hij bij de inzage in de Belgische stukken primaire bescheiden (facturen) van deze onderneming heeft ingezien, maakt dit oordeel niet anders. Primaire bescheiden kwalificeren op zichzelf bezien immers niet als een volledige en controleerbare administratie.
" [Autobedrijf BVBA] "voor het eerste half jaar 2011 niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan en is het beroep in zoverre ongegrond verklaard.
"verkoop Rolexhorloge (...) Kleding verkoop (...) Verkoop Caravan Ring (...)".Kennelijk bevonden zich in twee van de drie door belanghebbende overgelegde ordners (zie 2.7.5.) ook bescheiden aangaande de ambulante handel. In de informatiebeschikking is gesteld dat controle binnen een redelijke termijn niet mogelijk is, omdat de administratie verre van compleet is en voor zover wel administratie aanwezig is, deze ongeordend en oncontroleerbaar is. Belanghebbende heeft dit niet weersproken. De inspecteur stelt naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 52 van Pro de AWR.
" [Autobedrijf BVBA] "over de tijdvakken januari tot en met juni 2011;
“ [Autohandel BV] ”over de tijdvakken januari 2011 tot en met februari 2012;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;