Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
beschikking van de kantonrechter d.d. 20 februari 2018
[A] ,
[Y] ,wonende te [woonplaats, land] ,
het verloop van de procedure
het verzoek en de beoordeling
Kamerstukken II2014/15, 34224, 3, p. 6).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Vijf van de zes kleinkinderen van de erflaatster hadden de nalatenschap zuiver aanvaard. Na ontvangst van een brief met een vordering op basis van een onderhandse akte van geldlening uit 1958, met een hoofdsom van € 10.210 en een rente van ruim € 309.500, betwistten zij deze schuld. Een bodemprocedure loopt nog. De vijf erfgenamen vroegen machtiging om alsnog beneficiair te aanvaarden.
De schuldeisers stelden dat de schuld binnen de familie bekend was en gemakkelijk uit de nalatenschap kon worden voldaan. De rechtbank oordeelde dat deze stelling te vaag was en onvoldoende was toegelicht. Bovendien bleek dat twee erfgenamen zich benadeeld voelden en dat de schuldeisers hen via de vordering wilden compenseren. De rechtbank verwierp het verweer dat de schuldeisers een rechtens te respecteren belang hadden bij verhaal op het privévermogen van de verzoekers.
De rechtbank stelde vast dat de schuld onverwacht was en dat het verzoek tijdig was ingediend. De machtiging om alsnog beneficiair te aanvaarden werd verleend om het privévermogen van de erfgenamen te beschermen. Tevens werd een verzoek tot ontslag van de executeur ontvangen, waarvoor een mondelinge behandeling zal plaatsvinden.
De beschikking werd gegeven door kantonrechter M.J.M. Klarenbeek op 20 februari 2018.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap om het privévermogen van erfgenamen te beschermen tegen een onverwachte betwiste schuld.