1.1De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het op 6 november 2017 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen);
b. de op 19 december 2017 ontvangen wijziging van het verzoek afkomstig van voornoemde
[advocaat verzoeker] ;
c. de op 20 december 2017 ontvangen reactie d.d. 19 december 2017 van [advocaat rechthebbende] , met bijlage;
d. het proces-verbaal van de griffier met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van donderdag 21 december 2017, alsmede de tijdens de zitting overgelegde stukken;
e. de op 29 december 2017 ontvangen reactie van [advocaat verzoeker] op de ter zitting van
21 december 2017 overgelegde stukken (medische verklaring, levenstestament en brief van de dochter van rechthebbende);
f. de op 15 januari 2018 ontvangen reactie van [advocaat rechthebbende] , namens [de dochter] hierna te noemen: de dochter (van rechthebbende), op de stukken van [advocaat verzoeker] ;
g. de op 17 januari 2018 ontvangen brief d.d. 17 januari 2018 van [advocaat verzoeker] ;
h. de op 17 januari 2018 ontvangen brief d.d. 13 januari 2018, met bijlagen, afkomstig van [rechthebbende] ;
i. de op 23 januari 2018 ontvangen brief d.d. 22 januari 2018 van [advocaat rechthebbende] ;
j. de op 30 januari 2018 ontvangen reactie van [advocaat verzoeker] ;
k. de brief d.d. 2 februari 2018, ingekomen ter griffie op 5 februari 2018, van
[rechthebbende] , zijnde een reactie op de brief d.d. 30 januari 2018 van [advocaat verzoeker] .