ECLI:NL:RBZWB:2018:1367
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering halvering en kwijtschelding van fraudevordering na overlijden partner
Eiser en zijn overleden partner ontvingen in het verleden een bijstandsuitkering. Vanwege schending van de inlichtingenplicht werd in 2004 een bedrag van €16.143,52 teruggevorderd, waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld. Eiser verzocht om halvering van de resterende schuld na het overlijden van zijn partner, omdat hij nu alleen verantwoordelijk is voor de afbetaling.
De Participatiewet en de Beleidsregels Participatiewet bepalen de voorwaarden voor kwijtschelding en afzien van terugvordering. Geen van deze situaties is hier van toepassing, mede omdat de vordering is ontstaan door fraude. De rechtbank stelt vast dat door een betalingsregeling in 2012 de schuld van eiser is vastgesteld op €7.560,-, waardoor het overlijden van de partner geen gevolgen heeft voor de terugbetaling.
Eiser voerde ook dringende redenen aan, maar de rechtbank oordeelt dat hij niet heeft aangetoond dat er onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van Baanbrekers blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van halvering van de fraudevordering blijft ongewijzigd.