Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 9 januari 2018 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser,
de korpschef van politie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Herplaatsing geschiedt eerst horizontaal in het team waarbinnen het taakgebied van de betreffende medewerker terugkeert (dit is het team in de nieuwe formatie waarin wel het taakgebied terugkeert, maar niet de LFNP-functie in de formatie is opgenomen);
- Als daar geen passende horizontale functies beschikbaar zijn, moet gekeken worden of er geen verticale passende functies zijn in het team waarin het taakgebied terugkeerde;
- Als ook dat niet het geval is, kan vervolgens worden onderzocht of er in andere teams horizontale functies zijn (op basis van artikel 8, derde lid, van de Regeling landelijk sociaal statuut politie (LSS));
- Als sluitstuk kan dan gekeken worden naar verticale functies in een ander team.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de korpschef op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de korpschef op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.