Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 15 maart 2018 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
brutoAOW-uitkering inclusief vakantiegeld, die voor hem zou hebben gegolden als daarop aanspraak zou hebben bestaan.
- aan eiser een uitkering wordt toegekend voor de periode vanaf dat de wachtgelduitkering is gestopt (65 jaar) totdat hij de AOW-leeftijd heeft bereikt. Dit betreft een maandelijkse bruto uitkering die een netto uitkering oplevert, die even hoog is als de
- eiser een bruto compensatie ontvangt in verband met het feit dat hij zijn ouderdomspensioen mogelijk vervroegd heeft laten ingaan bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Eiser krijgt deze financiële compensatie ongeacht of hij zijn pensioen daadwerkelijk eerder heeft laten ingaan (‘
- eiser recht heeft op een bruto aanvulling als het totaalbedrag van de uitkering, de compensatie en het ABP-pensioen netto minder bedraagt dan 90% van zijn gerechtvaardigde aanspraak. De gerechtvaardigde aanspraak is het bedrag van de gecombineerde netto pensioen- en AOW-uitkeringen die bij 65 jaar zouden zijn uitgekeerd als ware de AOW-leeftijd en pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar (‘
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.