Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 11 januari 2018 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
fotonummer 181(voor huisnummer 200) en ID 3 uit 1905,
fotonummer 166(voor huisnummer 239-241) heeft het college – voor wat betreft de cultuurhistorische waarden – opgemerkt dat deze deel uitmaken van de 110 in geding zijnde bomen. Het opnamerapport van [naam bedrijf1] is voor het college aanleiding geweest om het bestreden besluit ten aanzien van die twee bomen te heroverwegen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat het college ten aanzien van de bomen met ID 104532 en ID 3 binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;
- treft daarbij de voorziening dat de bomen met ID 104532 en ID 3 voorlopig worden beschouwd als ‘Waardevolle houtopstand’ in de zin van artikel 4:7, eerste lid, van de APV en bepaalt dat deze voorlopige voorziening vervalt zes weken na de te nemen beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit voor zover het de overige bomen betreft in stand blijven;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 666,= aan eiseres te vergoeden.