De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot instelling van meerderjarigenbewind en mentorschap voor een 79-jarige vrouw die vanwege haar geestelijke toestand niet in staat is haar belangen zelf waar te nemen. Het verzoek werd ingediend door haar dochter en zus, waarbij de dochter tevens verzoekster was.
Er bestaat een verstoorde relatie tussen de meerderjarige kinderen van de rechthebbende, de dochter en de zoon. De zoon wilde zelf als bewindvoerder optreden, maar de kantonrechter besloot hem niet te benoemen vanwege het moeizame contact en het belang van een goede samenwerking tussen bewindvoerder en mentor. De voorgestelde bewindvoerder, die al jarenlang de belastingzaken van de rechthebbende behartigt, en de voorgestelde mentor, de zus van de rechthebbende, werden benoemd.
De kantonrechter stelde vast dat de rechthebbende niet in staat is om zelf toestemming te geven voor beschikkingshandelingen en ook niet in staat is om rekening en verantwoording te ondertekenen. De beslissing tot onderbewindstelling wordt ingeschreven in het Centraal Curatele- en Bewindregister. Tegen de beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld via de advocaat bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.