Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 9 september 2017 vond in Terneuzen een schietincident plaats waarbij meerdere personen betrokken waren. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van poging tot moord, bedreiging met een vuurwapen en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De officier van justitie achtte het bewezen dat verdachte betrokken was bij bedreiging en wapenbezit, maar niet bij poging tot moord.
De rechtbank onderzocht de verklaringen van getuigen en slachtoffers, waarbij wisselende en deels teruggenomen verklaringen werden geconstateerd. Hoewel meerdere personen bij het incident aanwezig waren, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk bij het schietincident aanwezig was of zelf had geschoten. Foto's van verdachte met een vuurwapen op zijn telefoon waren onvoldoende om het bezit van een vuurwapen wettig te bewijzen.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank concludeerde dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt en dat het voorhanden hebben van het afgebeelde vuurwapen niet bewezen kon worden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij het schietincident.