ECLI:NL:RBZWB:2018:2905
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording AWBZ-zorg
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Zorgkantoor om haar persoonsgebonden budget (pgb) over 2014 op nihil vast te stellen en het teveel betaalde bedrag van €1.071,09 terug te vorderen. Zij stelde dat zij voldoende had aangetoond dat het pgb was besteed aan AWBZ-zorg en dat het Zorgkantoor onvoldoende zorgplicht had betracht.
De rechtbank oordeelde dat eiseres en haar zorgverlener onvoldoende hadden aangetoond welke concrete zorgactiviteiten waren geleverd die voldoen aan de AWBZ-criteria. De verantwoording was onvoldoende sluitend, mede doordat betalingen niet overeenkwamen met facturen en activiteiten deels niet als AWBZ-zorg konden worden aangemerkt. Het Zorgkantoor had daarom terecht het pgb op nihil vastgesteld.
Verder vond de rechtbank dat het Zorgkantoor in redelijkheid de terugvordering kon doen en dat de eigen verantwoordelijkheid van eiseres als budgethouder voor de verantwoording centraal staat. De stelling van eiseres dat het vrij te besteden bedrag in mindering moest worden gebracht op de terugvordering werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het pgb wordt op nihil vastgesteld met terugvordering van teveel betaalde voorschotten.