ECLI:NL:RBZWB:2018:2906
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording AWBZ-zorg 2014
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het Zorgkantoor om zijn persoonsgebonden budget (pgb) over 2014 op nihil vast te stellen en de reeds verstrekte voorschotten van €53.131,54 terug te vorderen. Het geschil betrof de vraag of eiser voldoende had aangetoond dat het pgb was besteed aan kwalitatief verantwoorde AWBZ-zorg en of de betalingen overeenkwamen met de declaraties.
De rechtbank oordeelde dat eiser en zijn zorgverleners onvoldoende concreet hadden gemaakt welke zorg was geleverd en dat de zorgplannen te algemeen waren. Ook was niet aannemelijk dat de activiteiten daadwerkelijk AWBZ-zorg betroffen, mede omdat sommige activiteiten waarschijnlijk vrijetijdsbesteding waren. Daarnaast werden betalingen vooraf gedaan, terwijl de regelgeving voorschrijft dat betalingen achteraf op basis van declaraties moeten plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat het Zorgkantoor terecht het pgb op nihil had vastgesteld en de teveel betaalde voorschotten mocht terugvorderen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de psychische gesteldheid van eiser verwierp. Het vrij te besteden bedrag hoefde niet in mindering te worden gebracht op de terugvordering omdat het pgb op nihil was vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het Zorgkantoor mag het pgb over 2014 op nihil vaststellen en de voorschotten terugvorderen.