ECLI:NL:RBZWB:2018:2907
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en terugvordering persoonsgebonden budget AWBZ over 2014 door Zorgkantoor
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het Zorgkantoor om zijn pgb over 2014 op nihil vast te stellen en een bedrag van €33.528,42 terug te vorderen. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende duidelijkheid gaf over de aard en omvang van de geleverde zorg en dat de verantwoordingen niet controleerbaar waren vanwege ontbrekende bankafschriften en onduidelijke zorgplannen.
Het Zorgkantoor had het pgb aanvankelijk op basis van een globale controle voorlopig goedgekeurd, maar na een intensieve administratieve controle bleek dat niet te kunnen worden vastgesteld of de zorg daadwerkelijk AWBZ-zorg betrof en of de betalingen overeenkwamen met de facturen. Activiteiten als spelvaardigheden en snoezelen werden als vrijetijdsbesteding aangemerkt en niet als AWBZ-zorg.
De rechtbank oordeelde dat het Zorgkantoor terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het pgb op nihil vast te stellen en de teveel betaalde voorschotten terug te vorderen. De stelling van eiser dat het vrij te besteden bedrag in mindering moest worden gebracht op de terugvordering werd verworpen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het pgb over 2014 wordt terecht op nihil vastgesteld met terugvordering van te veel betaalde voorschotten.