Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een bancaire instelling en fiscale eenheid voor de omzetbelasting, heeft de btw op gemengd gebruikte goederen en diensten pro rata in aftrek gebracht volgens de klassieke methode, gebaseerd op de verhouding btw-belaste omzet tot totale omzet. Zij stelde dat het werkelijke gebruik afweek van deze methode en diende vier alternatieve berekeningen in ter onderbouwing van een hogere aftrek.
De inspecteur wees het bezwaar af en de rechtbank beoordeelde of belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat één van de alternatieve berekeningen nauwkeuriger was dan de klassieke methode. De rechtbank oordeelde dat de door belanghebbende overgelegde berekeningen ongeschikt of onvoldoende nauwkeurig waren om van de klassieke methode af te wijken.
De rechtbank verwierp ook de stellingen van belanghebbende over het gebruik van de rentemarge in plaats van bruto-rentebaten en het buiten beschouwing laten van rente op gesecuritiseerde vorderingen, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de omzetbelastingteruggaaf gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de bancaire instelling wordt ongegrond verklaard en de weigering van aanvullende btw-aftrek bevestigd.