Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
[rechthebbende], onder gelijktijdige benoeming van [de bewindvoerder]. De Officier van Justitie overweegt in zijn verzoek dat rechthebbende kennelijk als gevolg van zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn belangen van vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen en dat er geen personen zijn (zoals genoemd in artikel 432 van Pro Boek 1 Burgerlijk Wetboek BW) die bevoegd en bereid zijn in het onderhavige geval een verzoek tot onderbewindstelling in te dienen. Om die reden dient de Officier van Justitie bovengenoemd verzoek in.
.
3.De beslissing
[rechthebbende]voornoemd;