Uitspraak
beslissing
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Procesgang
Beoordeling
vanafzijn eerste verhoor na aanhouding. Dat verhoor vindt plaats op 13 april 2018. Onthouding op dit moment is derhalve allereerst hiermee niet in strijd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een bezwaarschrift van de raadsman van verdachte tegen het besluit van de officier van justitie om bepaalde processtukken, waaronder de aangifte, niet aan verdachte te verstrekken voorafgaand aan zijn eerste verhoor.
De rechter-commissaris overweegt dat volgens artikel 30 Sv Pro de verdachte kennis mag nemen van processtukken vanaf zijn eerste verhoor na aanhouding. Omdat het verhoor gepland staat op 13 april 2018, is het op dit moment niet in strijd met de wet om stukken nog niet te verstrekken.
Daarnaast kan de officier van justitie op grond van artikel 30, derde lid, Sv processtukken onthouden om de waarheidsvinding te beschermen. De officier van justitie wil dat verdachte eerst verklaart zonder vooraf kennis te hebben van de aangifte, wat een gerechtvaardigd onderzoeksbelang is.
De rechter-commissaris acht dit belang zwaarder dan het belang van verdachte bij onmiddellijke inzage, temeer omdat verdachte reeds op de hoogte is van de verdenking van eenvoudige mishandeling. Het bezwaarschrift wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van verdachte tegen het niet verstrekken van bepaalde processtukken wordt ongegrond verklaard.