ECLI:NL:RBZWB:2018:3679

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
26 juni 2018
Zaaknummer
02/129855-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509a SvArt. 509c Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot toevoeging van raadsvrouw wegens niet behoorlijke behartiging belangen verdachte met geestelijke stoornis

In deze strafzaak tegen verdachte wegens belaging heeft de rechtbank op 5 juni 2018 een beslissing genomen op grond van artikel 509c Sv. Uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft en bekend is met verslavingsproblemen en depressieve klachten. Hij is arbeidsongeschikt verklaard en volgt een behandeling binnen de forensische zorg.

De rechtbank vermoedt dat verdachte door een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen. Dit wordt versterkt door zijn moeite met de Nederlandse taal en juridische begrippen. Verdachte gaf aan geen financiële middelen te hebben voor rechtsbijstand en niet in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtsbijstand.

Gezien deze omstandigheden beveelt de rechtbank dat de voorzitter op grond van artikel 509c Sv een advocaat als raadsvrouw aan verdachte toevoegt. De beslissing is genomen door drie rechters in aanwezigheid van de griffier tijdens de zitting in Middelburg.

Uitkomst: De rechtbank beveelt toevoeging van een raadsvrouw aan verdachte wegens vermoedelijke niet behoorlijke behartiging van zijn belangen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02/129855-17
Beslissing tot niet behoorlijke behartiging belangen ex artikel 509a Sv.
In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,
wonende te [adres] ,
heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1.De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van verdachte om te verschijnen ter terechtzitting van deze rechtbank van 4 juni 2018 wegens - kort gezegd - belaging;
- het proces-verbaal van de politie PL2000-2017009026;
- het rapport van GGZ Emergis Middelburg (hierna: de reclassering) van 3 november 2017;
- het proces-verbaal van de zitting van 4 juni 2018;
- de overige zich in het dossier bevindende stukken.
De officier van justitie mr. M. van Leeuwen is ter zitting gehoord.
Verdachte is ter zitting verschenen en gehoord.

2.De beoordeling.

Uit het rapport van de reclassering van 3 november 2017 blijkt dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft, en sinds jaren bekend is bij de (geestelijke) gezondheidszorg met verslavingsproblemen en depressieve klachten. Vanwege deze klachten is verdachte ziek geworden, hij is arbeidsongeschikt verklaard, en toegeleid naar Forensische Zorg Zeeland. Na afloop van het reclasseringstoezicht is de behandeling in een vrijwillig kader voortgezet.
Gelet op deze informatie vermoedt de rechtbank dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn eigen belangen behoorlijk te behartigen. Daarbij speelt mede een rol dat ter zitting is gebleken dat verdachte moeite lijkt te hebben met de Nederlandse taal en juridische begrippen.
Tijdens het verhandelde ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij geen financiële middelen heeft om zich te laten bijstaan door een advocaat en niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand. Dit zou recent getoetst zijn. Hij is op dit moment niet van rechtsbijstand voorzien.
De rechtbank zal daarom bevelen dat de voorzitter op grond van artikel 509c van het Wetboek van Strafvordering mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg, als raadsvrouw aan verdachte zal toevoegen.

3.De beslissing.

De rechtbank vermoedt dat de geestvermogens van verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn, en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen.
Zij beveelt dat de voorzitter het bureau rechtsbijstandsvoorziening een last geeft tot toevoeging van mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg, als raadsvrouw van verdachte.
Deze beslissing is gegeven door mr. E.J. Zuijdweg, voorzitter, mr. K.M. de Jager en
mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.A. Huwae op 5 juni 2018.