Eiser, geboren in 1988 en lijdend aan Sikkelcelanemie, woonde sinds 2010 op de derde verdieping van een flat zonder lift en vroeg via zijn gemachtigde om een urgentieverklaring om met voorrang te kunnen verhuizen naar een gelijkvloerse woning. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal wees dit verzoek af omdat geen sprake was van een plotseling optredende beperking en eiser op eigen kracht kon verhuizen. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing.
Tijdens de zitting verscheen eiser niet, maar de rechtbank oordeelde dat hij nog voldoende procesbelang had omdat hij nog steeds behoefte had aan zelfstandige woonruimte. De rechtbank stelde vast dat de gemeente geen publiekrechtelijke grondslag heeft om de door eiser gewenste urgentieverklaring af te geven en dat het doel van de urgentieverklaring niet aansluit bij de ondersteuning van zelfredzaamheid of participatie zoals bedoeld in de Wmo 2015.
Het college had het verzoek aangemerkt als een aanvraag voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een verhuiskostenvergoeding, welke werd geweigerd omdat de beperking van eiser niet plotseling was opgetreden. De rechtbank vond dat deze weigering redelijk was en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.