ECLI:NL:RBZWB:2018:4829
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens wegvallen ernstige bezwaren na terugkomen getuige
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 augustus 2018 het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte. Deze hechtenis was eerder bevolen op 24 juli 2018 op grond van ernstige bezwaren, mede gebaseerd op een belastende verklaring van een getuige.
De getuige had op 15 juni 2018 een verklaring afgelegd waarin zij verdachte belastte, mede door herkenning van verdachte op camerabeelden. Echter, tijdens een verhoor door de rechter-commissaris op 6 augustus 2018 verklaarde zij geen van de personen op de betreffende foto's te herkennen en gaf zij aan destijds te hebben verklaard om verdachte te 'naaien'.
De rechtbank stelde vast dat de getuige nadrukkelijk afstand nam van haar eerdere verklaring. Tevens was er voorafgaand en na afloop van het verhoor telefonisch contact tussen verdachte en getuige, wat mogelijk duidt op beïnvloeding, maar dit kon niet worden vastgesteld vanwege onbekende inhoud van de gesprekken.
Door het terugkomen van de getuige op haar verklaring viel een belangrijke pijler van de ernstige bezwaren weg, waardoor de rechtbank onvoldoende basis zag om de voorlopige hechtenis te handhaven. Daarom werd de voorlopige hechtenis opgeheven en verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: De rechtbank heft de voorlopige hechtenis op wegens onvoldoende basis voor ernstige bezwaren na terugkomen van de getuige op haar verklaring.