Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda tot herziening en terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand over de periode van 1 december 2016 tot 1 juni 2017. Het beroep is ingediend na afloop van de wettelijke beroepstermijn van zes weken, die liep tot en met 22 maart 2018.
De gemachtigde van eiseres gaf aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan de zwangerschap en bevalling van eiseres, waardoor het beroepschrift pas op de laatste dag van de termijn kon worden opgesteld. De rechtbank constateerde echter dat het beroepschrift pas op 26 maart 2018 ter post is bezorgd, wat na het verstrijken van de termijn is.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het beroepschrift tijdig is verzonden. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Partijen kunnen tegen deze uitspraak verzet instellen binnen zes weken na verzending.