Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
mr. B.W. van Eeken-Liu, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende parkeerde op 30 juni 2017 zijn voertuig aan de [straat 1] te [plaats], waar alleen betaald parkeren met een geldige parkeervergunning of dagticket is toegestaan. Hij betaalde via een parkeerapp van [bedrijf 2] voor een uur parkeren, maar deze app gaf alleen parkeerapparatuur aan van een andere straat ([straat 2]) die niet geldig was voor zijn parkeerlocatie.
De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op omdat de betaalde parkeerbelasting onvoldoende was voor de locatie. Belanghebbende stelde dat het onderbord met de tekst 'alleen dagticket' slecht zichtbaar was en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de onjuiste informatie in de parkeerapp.
De rechtbank oordeelde dat de parkeerregels kenbaar waren en dat van belanghebbende een onderzoeksplicht mocht worden verwacht om het juiste parkeertarief vast te stellen. Het enkel vertrouwen op de app was onvoldoende; hij had de situatie ter plaatse moeten controleren. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.