ECLI:NL:RBZWB:2018:5061
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging TBS-maatregel wegens disproportionaliteit na lange duur en stabiele situatie
Betrokkene is sinds 2009 onder TBS met verpleging gesteld na een poging tot zware mishandeling en overtredingen van de Wet wapens en munitie. De dwangverpleging werd in 2016 voorwaardelijk beëindigd. De reclassering en een externe psychiater adviseren verlenging van de TBS-maatregel vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht, noodzaak van medicatie en het risico op ontregeling bij stopzetting.
De verdediging betoogt dat betrokkene stabiel is, geen ziektebesef heeft maar wel vrijwillige begeleiding accepteert, en dat de TBS-maatregel lang genoeg heeft geduurd. Zij wijzen op het proportionaliteitsbeginsel en de mogelijkheid van een BOPZ-maatregel bij eventuele ontregeling.
De rechtbank oordeelt dat het gevaarscriterium is vervuld, maar dat de verlenging van de TBS-maatregel niet langer proportioneel is vanwege de lange duur, de relatief beperkte ernst van het delict, het stabiele functioneren van betrokkene en het ontbreken van zicht op overplaatsing naar een reguliere beschermde woonvorm. De vordering tot verlenging wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de TBS-maatregel af wegens disproportionaliteit en beëindigt de maatregel.