Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 30 augustus 2018 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
verplichtingenmet betrekking tot het vrijwilligerswerk zijn deze naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet en duidelijk vastgelegd om zelfstandige rechtsgevolgen in het leven te roepen en geen voldoende basis om eiser tegen te werpen dat hij de verplichtingen van het PvA niet is nagekomen en op grond daarvan een maatregel op te leggen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat betrekking heeft op de vaststelling van het plan van aanpak van 13 februari 2017 (primair besluit III) en de aan eiser opgelegde maatregel (primair besluit II);
- verklaart het bezwaar tegen de vaststelling van het plan van aanpak niet-ontvankelijk:
- herroept de aan eiser opgelegde maatregel;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 16,24.