Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 20 september 2018 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], te [woonplaats eiseres], eiseres,
Procesverloop
Wat is in het kort het oordeel van de rechtbank?
Overwegingen
Toekenning WW-uitkering en verlenen toestemming om naar Polen te gaan
- Op 28 juli 2017 is het toestemmingsbesluit (om in Polen werk te zoeken) ingetrokken;
- Op 31 juli 2017 is de WW-uitkering per 11 mei 2015 ingetrokken;
- Op 11 september 2017 wordt er een boete opgelegd van € 1.533,85;
- Op 11 september 2017 wordt ook de WW-uitkering herzien en een bedrag van € 3.067,70 (bruto) teruggevorderd.
12 juli 2015naar Polen is gegaan. Volgens eiseres was dit de dag voor haar moeders verjaardag. Dit is dus een vrij makkelijke datum om te onthouden. Deze verklaring klopt echter niet met het feit dat er op
14 juli 2015in Tilburg geld is opgenomen van haar bankrekening. De verklaring klopt ook niet met het feit dat eiseres op
15 juli 2015het UWV om toestemming heeft gevraagd om naar Polen te gaan en daar naar werk te zoeken. Daarbij is aangegeven dat zij op
25 juli 2015zou vertrekken. Overigens heeft eiseres tijdens de zitting verklaard geen concrete vertrekdatum te kunnen geven.
15 juni 2015haar aanvraag om een WW-uitkering ondertekend. Zij heeft bij haar WW-aanvraag aangegeven dat haar eerste werkloosheidsdag
10 mei 2015was. Ook uit de werkgeversverklaring van [naam werkgever] blijkt dat eiseres tot
10 mei 2015voor hen zou hebben gewerkt. Eiseres heeft in beroep erop gewezen dat zij op een Poolse bankrekening nog salaris heeft ontvangen over de periode van
11 mei 2015 tot en met 15 mei 2015. De salarisbetaling klopt echter niet met de eerste werkloosheidsdag en de werkgeversverklaring. Tijdens de zitting heeft eiseres verklaard dat zij
na 9 mei 2015nog een dag of twee heeft gewerkt bij [naam werkgever]. Dit klopt dus niet met de eerste werkloosheidsdag en de werkgeversverklaring.