ECLI:NL:RBZWB:2018:5986
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 oktober 2018 het verzoek van verdachte tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis behandeld. Verdachte werd verdacht van een strafbaar feit waarbij het slachtoffer traumatisch hersenletsel opliep dat tot overlijden leidde. De verdediging presenteerde een alternatief scenario waarin het letsel zou zijn veroorzaakt door een val van het slachtoffer zelf, wat zou betekenen dat verdachte niet schuldig is.
De rechtbank overwoog dat voor voorlopige hechtenis ernstige bezwaren moeten bestaan, oftewel een stevige verdenking dat verdachte het strafbare feit heeft gepleegd. Uit technisch, tactisch en forensisch onderzoek, waaronder sporenonderzoek, telefoongegevens en getuigenverklaringen, blijkt een belastend beeld tegen verdachte. Tijdens de zitting zijn ook deskundigen gehoord die het alternatieve scenario van de verdediging onvoldoende aannemelijk achtten.
De verdediging heeft nog aanvullende vragen aan deskundigen voorgelegd, maar de beslissing daarop ligt bij de rechter-commissaris. Gezien de huidige stand van het onderzoek en de verklaringen van deskundigen blijft de verdenking bestaan en zijn er onvoldoende redenen om de voorlopige hechtenis op te heffen. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ernstige bezwaren tegen verdachte.