Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bridges2000 B.V.,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser was sinds 1 november 2016 in dienst bij Bridges2000 B.V. met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die na 1 mei 2017 voortgezet werd. Vanaf februari 2018 ontving eiser geen salaris meer en stelde hij dat er geen geldig ontslag op staande voet was gegeven omdat hij de brief niet had ontvangen.
Bridges2000 stelde dat de arbeidsovereenkomst na mei 2017 was verlengd voor een jaar en dat op 6 februari 2018 een ontslag op staande voet per brief aan eiser was gegeven, die in zijn brievenbus was gedeponeerd. De kantonrechter achtte de verklaring van een werknemer en de directeur van Bridges2000 hierover voldoende aannemelijk.
Voorts werd het feit dat eiser op 6 februari 2018 de sleutels van het bedrijfspand aan een collega overhandigde, gezien als bevestiging dat het ontslag hem had bereikt. De enkele betwisting van eiser hierover werd onvoldoende onderbouwd geacht.
Gezien het spoedeisend belang van de loonvordering werd deze inhoudelijk beoordeeld, maar omdat het ontslag op staande voet voorshands rechtsgeldig was gegeven en ontvangen, werd de loonvordering en de nevenvorderingen afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van eiser wordt afgewezen omdat het ontslag op staande voet hem rechtsgeldig is medegedeeld en ontvangen.