Eiser ontvangt sinds 2008 een Wajong-uitkering en werd bij besluit van 4 januari 2017 geïnformeerd over een verlaging van zijn uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018, wegens het vastgestelde arbeidsvermogen. Het UWV baseerde dit op medische en arbeidsdeskundige rapportages, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst uit 2010 en een recente beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b).
Eiser voerde aan dat hij ernstig ziek is, regelmatig ernstige medische complicaties heeft en niet in staat is om de door het UWV vastgestelde uren te werken. Hij betwijfelde de objectiviteit van het medisch advies en verzocht om een onafhankelijk onderzoek en schadevergoeding. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de verzekeringsarts b&b ook de medische gegevens van eiser had betrokken en dat er geen aanwijzingen waren voor een onvolledige beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat eiser voldoet aan de criteria van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA) en dat het verwachte ziekteverzuim van minder dan 25% binnen redelijke grenzen ligt. Daarom is de verlaging van de uitkering terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.