ECLI:NL:RBZWB:2018:6215
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- van Kralingen
- van Voorthuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris in zaak inbewaringstelling drugs
Op 10 oktober 2018 werd bij een woning en loods in een plaats een drugslaboratorium en hennepkwekerij aangetroffen. Verzoeker, eigenaar van de panden, werd aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van medeplegen en medeplichtigheid bij het vervaardigen van synthetische drugs en hennepteelt. De zoon van verzoeker was hoofdverdachte en voortvluchtig.
Op 15 oktober 2018 diende de officier van justitie een vordering tot inbewaringstelling in, die een onderzoeksgrond miste. De rechter-commissaris belde de officier om te informeren naar de voortvluchtige zoon en wees op de ontbrekende onderzoeksgrond. Hierop diende de officier een gewijzigde vordering in. Verzoeker diende een wrakingsverzoek in wegens vermeende vooringenomenheid van de rechter-commissaris.
De rechtbank overwoog dat de rechter-commissaris een bijzondere rol heeft in het opsporingsonderzoek en regelmatig contact met het OM onderhoudt. De opmerking over de vordering impliceerde geen vooringenomenheid omdat de rechter-commissaris niet gebonden is aan de gronden van het OM. De wraking werd afgewezen omdat onvoldoende bijzondere omstandigheden voor partijdigheid waren aangetoond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.