Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[verzoeker 1] ,
2. [verzoeker 2] ,
3. [verzoeker 3] ,
1.Procesverloop
- het op 25 oktober 2018 van verzoekers ingekomen wrakingsverzoek, gericht tegen mr. Broeders, als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de hierna te noemen zaak;
- de van mr. Broeders op 1 november 2018 ingekomen schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek;
- de processtukken zoals opgenomen in het zaakdossier van de hierna te noemen zaak;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 13 november 2018, waarbij is verschenen [verzoeker 1] , voor zich zelf en namens verzoekers [verzoeker 2] en [verzoeker 3] . Mr. Broeders is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Ofschoon daartoe in de gelegenheid gesteld, is evenmin namens de [verweerder] , verweerder in de hierna te noemen zaak, iemand verschenen.
2.Het verzoek
3.De feiten en de gronden van wraking
4.Het standpunt van de rechter
5.De beoordeling en de gronden daarvoor
6.Beslissing
- verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun wrakingsverzoek;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer BRE 17/8186 GEMWT LAN zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek;
- bepaalt voorts dan een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.