ECLI:NL:RBZWB:2018:652
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hogere salarisschaal na aanstelling politieagent
Eiser, een politieagent, stelde beroep in tegen het besluit van de korpschef om zijn salarisinschaling vanaf 29 januari 2011 niet te verhogen van schaal 6, trede 2 naar trede 3. Hij voerde aan dat hij bij aanstelling in zijn periodiekmaand direct recht had op een hogere trede en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar andere agenten die deze correctie wel ontvingen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat de aangehaalde gevallen daadwerkelijk vergelijkbaar waren en dat fouten bij andere inschalingen niet tot herhaling hoeven te leiden. Tevens wees de rechtbank het beroep af omdat het Besluit bezoldiging politie (Bbp) geen regel bevatte die een extra trede toekent bij aanstelling bovenop het garantiebedrag.
De rechtbank concludeerde dat het hogere garantiebedrag reeds in het aanstellingsbesluit was verwerkt en dat de latere wijziging van het Bbp-artikel 9, lid 7, niet met terugwerkende kracht geldt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op hogere inschaling in salarisschaal 6, trede 3, wordt ongegrond verklaard.