Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 december 2018 de strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn kleindochter, een minderjarige die toen jonger was dan twaalf jaar. De tenlastelegging betrof het seksueel binnendringen met vingers en ontuchtige handelingen buiten echt.
De rechtbank beoordeelde het bewijs waarbij de verklaring van het slachtoffer centraal stond. Er was echter geen steunbewijs dat niet uit dezelfde bron kwam; getuigenverklaringen waren allen gebaseerd op wat het slachtoffer had verteld. Verdachte ontkende de beschuldigingen en bevestigde slechts enkele omstandigheden zoals het oppassen en samen kamperen, maar deze waren onvoldoende als steunbewijs voor het misbruik.
De rechtbank overwoog dat gedragsveranderingen van het slachtoffer te ver verwijderd waren van het misbruik om als steunbewijs te dienen. Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van voldoende steunbewijs voor de beschuldigingen van seksueel misbruik.