Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- De kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 en Pro artikel 94a Sv, waaruit blijkt dat onder klager op 20 september 2018 (onder andere) in beslag zijn genomen: 11.595,- euro en 3.765,- aan Surinaamse dollars in contanten, drie setjes (gouden) oorbellen, en een 18 karaats gouden ring met zirkonia;
- het klaagschrift strekkende tot teruggave van voornoemde voorwerpen aan klager, ingediend op 11 oktober 2018 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; en
- de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
2.De beoordeling
3.De beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).