Eiser ontving een WW-uitkering over de periode van 1 februari 2013 tot en met 30 april 2015. Het UWV startte een onderzoek nadat bekend werd dat eiser mogelijk werkzaamheden verrichtte in de seksinrichting van zijn echtgenote, waar hij als tweede beheerder stond geregistreerd. De rechtbank oordeelt dat het beheerderschap een reguliere functie met bijbehorende werkzaamheden betreft die niet gelijktijdig kan worden uitgevoerd met sekswerkzaamheden van de echtgenote. Daarom moet worden aangenomen dat eiser als beheerder heeft gewerkt tijdens de uitkeringsperiode.
Daarnaast is vastgesteld dat eiser ook zelf als sekswerker heeft gewerkt, hetgeen hij ontkende. Door deze werkzaamheden niet te melden, heeft eiser zijn inlichtingenverplichting geschonden. Het UWV was daardoor gehouden de uitkering te herzien en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. Tevens is een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank oordeelt dat de cautie tijdens het verhoor op juiste wijze is gegeven en dat de antwoorden van eiser in het onderzoek mochten worden betrokken. De boete van 50% van het benadelingsbedrag wordt passend geacht, ondanks summiere onderbouwing, omdat geen sprake is van opzet of grove schuld, maar wel van volledige verwijtbaarheid. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.