Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiseres 1] ,
[eiseres 2],
[eiseres 3],
[eiseres 4],
[eiseres 5],
[eiseres 6],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
[gedaagde 7],
[gedaagde 8],
[gedaagde 9],
[gedaagde 10],
[gedaagde 11],
[gedaagde 12],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 augustus 2018 met de daarin vermelde stukken,
- de akte overlegging producties genummerd 10 t/m 15, alsmede de conclusie van antwoord in reconventie met producties genummerd 10 t/m 13 van [eiseressen 2] c.s.
- de van de zijde van de [gedaagden 3] in het geding gebrachte producties genummerd
- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 13 november 2018.
2.Het geschil
in conventie
3.De beoordeling
in conventie en in reconventie
“De vereffenaar is van mening dat er inderdaad sprake was van een vruchtgebruik naar oud recht dus zonder vervreemdings- en verteringsbevoegdheid. Mevrouw [naam zus 1] was vrij in het beleggen van de onder het vruchtgebruik vallende goederen, zonder daartoe de medewerking van de bloot-eigenaren te behoeven echter met het verlenen van de koopoptie aan de huurder door de vruchtgebruikster, zonder medewerking van de bloot-eigenaren, is wijlen mevrouw [naam zus 1] haar bevoegdheden als vruchtgebruikster te buiten gegaan. Het verlenen van een koopoptie valt volgens
3:185 lid 2 sub c BW de verdeling van de betreffende woning vaststelt omdat partijen in onderling overleg niet tot een verdeling geraken. [eiseressen 2] c.s. betogen hierbij dat de woning in verhuurde staat dient te worden verdeeld en dat de waarde van de woning in het kader van die verdeling tussen de erfgenamen moet worden bepaald op de waarde die de woning heeft, rekening houdend met de uit de huurovereenkomst volgende huurprijs en (de prijs waarvoor [naam 2] als huurder) het eerste recht van koop (kan uitoefenen). Op grond van de huurovereenkomst is opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder immers niet mogelijk en heeft de huurder het recht om “zodra dat verkoop/koop en levering van het gehuurde mogelijk is” tot aankoop van de woning over te gaan tegen de prijs zoals die op basis van de huurovereenkomst en het daarin opgenomen recht van koop moet worden vastgesteld. Die huurovereenkomst is volgens [eiseressen 2] c.s. immers een relevant in aanmerking te nemen gegeven bij de bepaling van de waarde van het pand en (dus) de overbedelingsvorderingen. Op basis van de huidige marktprijzen zou de koopsom berekend volgens de bepalingen in de huurovereenkomst ongeveer € 145.000,= zijn, aldus steeds [eiseressen 2] c.s.